Vorige week kon je lezen dat ik een nieuw 365dagen-project heb. En ja, ‘t is waar, het is nogal ambitieus. In een jaar tijd ons hele hebben en houden minimaliseren zodat alleen maar de dingen overblijven die we echt willen houden of nodig hebben. Al de rest moet er onherroepelijk uit.


Maar hoe begin je daar nu aan?
Ik maakte een lijstje met de vragen die ik me telkens weer opnieuw moet stellen. Ja, bij elk item! Want anders sluipt er ongetwijfeld toch de gedachte ‘maar misschien kan ik dat toch nog wel ooit eens gebruiken als we eindelijk eens…’. Vergeet het! Zinnen met ‘ooit’ en ‘eens’, deugen niet.



Welke vragen moet je jezelf dan stellen:
  • Heb ik dit echt nodig?
  • Heb ik een goede reden om dit te houden?
  • Gebruiken we dit veel?
  • Hebben we hier niet meer dan één exemplaar van?


Maar ook:
  • Staat het hier op de juiste plaats?
  • Is het wel van mij?
  • Kan ik hier iemand anders niet meer plezier mee doen?


De eerste vier vragen laten je beslissen of je iets moet houden of weg doen. De dingen waar je echt aan gehecht bent, hou je natuurlijk bij. Maar maak korte metten met de spullen die je echt niet gebruikt of voor de derde keer tegen komt.


Wist je trouwens dat je veel meer hebt aan een fotoboek vol met foto’s van leuke souvenirs en herinneringen dan alles gewoon te bewaren op zolder?


De drie laatste vragen helpen je beslissen wat je er mee moet doen. Misschien wil je het wel houden, maar ligt het hier helemaal niet op de juiste plaats. No prob! Leg alles in een doos en breng het straks meteen naar de juiste plaats.


Misschien stoot je nog op een boek dat je leende van je neef of een dvd van een goede vriendin. Dringend tijd dus om dat eens terug te geven. Plak er een post-it op met de juiste naam en bewaar alles in een doos. Telkens je bezoek hebt of ergens op bezoek gaat, kijk je of er iets voor die mensen in je doos zit.


Misschien kwam je al je derde kurkentrekker tegen. En echt, ik kan je beloven dat je nooit (maar dan ook echt nooit) op hetzelfde moment drie flessen wijn gaat moeten open doen. Ok, je mag er eentje in reserve houden, maar die derde kan echt weg. De vuilbak is misschien wel wat drastisch. Er is zeker nog iemand die hem kan gebruiken. Leg hem in je doos voor de rommelmarkt of kringloopwinkel. Zo krijgt hij later nog een tweede leven.

Overschat je niet
Ik weet dat je geweldig bent, maar een hele kamer, laat staan huis in één dag opruimen lukt je niet. Maak dus een lijstje. Maak jezelf een lekkere tas koffie, neem een koekje en doe een kleine brainstorm met jezelf. Welke kasten, lades, spullen,… moet je zeker opruimen.


Verdeel alles in zo’n klein mogelijke stukjes.
Een kast met zes schuiven of lades hoef je niet in een keer te doen. Je kan dat best spreiden over 6 weekends. Elk weekend een half uurtje. Dat geeft je nog meer dan genoeg tijd om ook nog wat leuke dingen te doen in dat weekend.

Vergeet trouwens niet dat we nog heel 2015 hebben om onze rommel op te ruimen!