Vreemd hoe het soms kan lopen. Als kind moest ik niet weten van groenten uit de tuin. Plantjes en bloemen interesseerden mij voor geen meter. Laat staan dat ik er ooit had bij stil gestaan dat ik zelf een tuin zou hebben.

En nu is het dus zo ver… Eind vorig jaar wisselden we ons rijhuisje met stadskoer in voor een huis op het platteland met tuin. Een tuin die een wildernis was en die we nu stilaan wat in vorm krijgen. De planten hebben een plekje gekregen en het gras is gezaaid.

Achteraan is er nog zo’n 60 m² tuin over. Nu ziet het er nog zo uit…

Maar de bedoeling is dat hier volgend jaar deze tuin een fantastische moestuin is, met kippen (fase 1), een serre (nog in onderhandeling met Mr. Fabuleus) en super veel groenten en misschien ook wel wat fruit.

Mijn ouders hebben er maar weinig vertrouwen in. “We zullen binnen een paar jaar nog eens spreken”, zeggen ze wel eens als ik weer luidop loop te dromen. Maar stiekem zijn ze wel beetje fier dat al hun gezaag en gezeur er toch toe heeft geleid dat dochterlief nu aan een eigen moestuin gaat beginnen.

Ouderlijke goede raad wordt nog steeds in de wind geslagen. Alleen maar de wijze raad van Bartel en Mme ZsaZsa wordt aanvaard. “Tegenwoordig moet je niet meer spitten, dat is echt uit!”, probeer ik mijn vader uit te leggen. Hij antwoordt met de bovenstaande quote.

Ondertussen is het kippenhok al geïnstalleerd en ga ik binnenkort op zoek naar twee bewoonsters. Daarna zal ook de rest van onze moestuin meer en meer vorm krijgen. Ik hou jullie op de hoogte!